Original 1927-1961 Dutch Marechaussee estate of Hendrik Adriaan Prevo (Engelandvaarder)
395 €
This estate belonged to Hendrik Adriaan Prevo.
Hendrik Adriaan Prevo, born on September 25, 1901, began his career with the Royal Netherlands Marechaussee in the 1920s. Early in his service, he received his training at the Marechaussee Depot in Apeldoorn, where he passed his examinations between February 25 and March 10, 1927. On March 10, 1927, it was officially confirmed that he possessed the theoretical knowledge required for his position, providing a solid foundation for his military career.
His dedication did not go unnoticed. On March 10, 1929, in ’s-Hertogenbosch, he was appointed acting sergeant (mounted constable equivalent) with the 1st Division of the Royal Marechaussee. A few years later, his career progressed further: by decree of August 1, 1932, issued in The Hague, he was formally appointed sergeant (wachtmeester) on foot, effective August 16, 1932. His service was marked by discipline and reliability, earning him his first major distinction: on June 30, 1933, in The Hague, he was awarded the Bronze Medal for Long Service, recognizing approximately twelve years of loyal duty.
In addition to his military responsibilities, Prevo also took on civil duties. In April 1934, in Breda, he took the oath as an auxiliary officer for customs and excise services. A year later, on July 11, 1935, he was issued a driver’s license in ’s-Hertogenbosch for operating motor vehicles, indicating involvement in mobile or logistical roles.
The outbreak of the Second World War brought a major turning point in his career. Prevo ended up in London, where the Dutch government and armed forces operated in exile. On November 29, 1941, he is recorded there as a sergeant first class, and during the period 1941–1943, he served under British authority. He was issued an official identification card by the British War Office, identifying him as a member of the Brigade Police of the Royal Dutch Army. In this capacity, he was likely involved in military policing and maintaining order within Dutch forces stationed in England.
After the war, his long and loyal service was formally recognized. Effective June 30, 1945, he was awarded the Silver Medal for Long Service, corresponding to approximately twenty-four years of service. His wartime contributions were further acknowledged with the War Commemorative Cross, officially granted to him on April 3, 1952, in The Hague. That same year marked a major milestone in his career: as of January 1, 1952, he was promoted to adjutant non-commissioned officer (senior sergeant / warrant officer equivalent) within the Royal Marechaussee. Shortly thereafter, on June 25, 1952, he received the highest long-service distinction, the Gold Medal for Long Service, recognizing thirty-six years of dedication. In 1955, official correspondence from the Ministry of War confirmed and finalized the administrative handling of this award.
After a long and steady career, the time came for his retirement. On June 14, 1961, in The Hague, his discharge papers were issued, stating that as of October 1, 1961, he was honorably discharged from military service upon reaching the age of sixty. This marked the end of a career spanning more than three decades, during which he rose from a young recruit to an experienced senior non-commissioned officer.
The life of Hendrik Adriaan Prevo reflects that of a loyal and dedicated serviceman who devoted his entire working life to the Royal Marechaussee and the Kingdom of the Netherlands, with a particularly notable chapter being his service in London during the Second World War.
Article number: 19118
Origineel 1927-1961 Nederlands Marechaussee nalatenschap Hendrik Adriaan Prevo (Engelandvaarder)
Dit nalatenschap is afkomstig van Hendrik Adriaan Prevo.
Hendrik Adriaan Prevo, geboren op 25 september 1901, begon zijn loopbaan bij de Koninklijke Marechaussee in de jaren twintig van de vorige eeuw. Al vroeg in zijn carrière volgde hij zijn opleiding aan het Depot der Marechaussee in Apeldoorn, waar hij tussen 25 februari en 10 maart 1927 zijn examens aflegde. Op 10 maart 1927 werd officieel vastgesteld dat hij over de vereiste theoretische kennis beschikte voor zijn functie, waarmee zijn militaire loopbaan een solide basis kreeg.
Zijn inzet bleef niet onopgemerkt. Op 10 maart 1929 werd hij in ’s-Hertogenbosch benoemd tot wachtmeester-titulair te voet bij de 1e Divisie van de Koninklijke Marechaussee. Slechts enkele jaren later volgde een verdere stap in zijn carrière: bij besluit van 1 augustus 1932, uitgevaardigd in ’s-Gravenhage, werd hij met ingang van 16 augustus 1932benoemd tot wachtmeester te voet. Zijn dienst werd gekenmerkt door discipline en betrouwbaarheid, wat resulteerde in een eerste belangrijke onderscheiding: op 30 juni 1933 ontving hij in ’s-Gravenhage de bronzen medaille voor trouwe dienst, als erkenning voor ongeveer twaalf jaar loyale inzet.
Naast zijn militaire taken kreeg Prevo ook civiele verantwoordelijkheden. In april 1934 legde hij in Breda de eed af als buitengewoon ambtenaar bij de invoerrechten en accijnzen. Een jaar later, op 11 juli 1935, werd hem in ’s-Hertogenbosch een rijbewijs verstrekt voor het besturen van motorvoertuigen, wat erop wijst dat hij ook in mobiele of logistieke functies actief was.
De uitbraak van de Tweede Wereldoorlog bracht een ingrijpende wending in zijn loopbaan. Prevo kwam terecht in Londen, waar de Nederlandse regering en strijdkrachten zich in ballingschap bevonden. Op 29 november 1941 wordt hij daar vermeld als wachtmeester der 1e klasse, en in de periode 1941–1943 diende hij onder Brits gezag. Hij ontving een officiële identificatiekaart van het Britse War Office, waarin hij wordt aangeduid als lid van de Brigade Police van het Royal Dutch Army. In deze rol was hij waarschijnlijk betrokken bij militaire politietaken en het handhaven van orde binnen de Nederlandse eenheden in Engeland.
Na de oorlog werd zijn langdurige en trouwe dienst uitgebreid erkend. Met ingang van 30 juni 1945 werd hem de zilveren medaille voor trouwe dienst toegekend, behorend bij ongeveer vierentwintig dienstjaren. Zijn inzet tijdens de oorlogsjaren werd bovendien bekroond met het Oorlogsherinneringskruis, dat hem op 3 april 1952 in ’s-Gravenhageofficieel werd verleend. In datzelfde jaar bereikte hij een belangrijk hoogtepunt in zijn carrière: per 1 januari 1952 werd hij bevorderd tot adjudant-onderofficier (opperwachtmeester) bij de Koninklijke Marechaussee. Kort daarna, op 25 juni 1952, ontving hij de hoogste onderscheiding voor langdurige dienst, de gouden medaille voor trouwe dienst, als erkenning voor zesendertig jaar inzet. In 1955 volgde nog correspondentie vanuit het Ministerie van Oorlog over de administratieve afhandeling en bevestiging van deze onderscheiding.
Na een lange en stabiele carrière kwam uiteindelijk het moment van afscheid. Op 14 juni 1961 werd in ’s-Gravenhagezijn ontslagbrief opgesteld, waarin werd bepaald dat hij met ingang van 1 oktober 1961 eervol ontslag kreeg uit militaire dienst, wegens het bereiken van de leeftijd van zestig jaar. Daarmee kwam een einde aan een loopbaan van meer dan drie decennia, waarin hij zich had opgewerkt van jonge marechaussee tot ervaren adjudant-onderofficier.
Het leven van Hendrik Adriaan Prevo weerspiegelt dat van een loyale en plichtsgetrouwe militair, die zijn hele werkzame leven in dienst stelde van de Koninklijke Marechaussee en het Koninkrijk der Nederlanden, met als bijzonder hoofdstuk zijn inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in Londen.
Artikelnummer: 19118
Out of stock






























